Omzetbelasting – BTW
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Omzetbelasting of btw (belasting over de toegevoegde waarde is een belasting die een overheid heft op de verkoop van producten of diensten.
Hou rekening met het feit dat je ondernemer kan zijn voor de BTW en geen ondernemer voor de belastingdienst.
Omzetbelasting wordt toegepast in 136 landen, waaronder de meeste Europese landen. In Nederland bestaat de btw vanwege de Europese wetgever sinds 1 januari 1969, in België sinds 1 januari 1971. Daarvoor kende men omzetbelasting in een cumulatief cascadestelsel.
Werking
De producenten en leveranciers verhogen de prijs van een product of dienst met het bedrag van de btw. Achteraf moeten zij dit btw-bedrag aan de staat voldoen. Het lijkt alsof de ondernemer de omzetbelasting betaalt, maar in werkelijkheid wordt de btw doorberekend aan de consument (ook wel eindverbruiker genoemd). Een omzetbelasting werkt proportioneel als er maar één tarief is, doordat iedereen dan hetzelfde percentage over al zijn aankopen betaalt.
Hoog en laag tarief
De EU-lidstaten kunnen één of twee verlaagde tarieven toepassen. Deze tarieven worden vastgesteld op een percentage van de maatstaf van heffing dat niet lager mag zijn dan 5%. Ze zijn uitsluitend van toepassing op de categorieën goederen en diensten genoemd in bijlage H bij de Zesde richtlijn „Lijst van de leveringen van goederen en de diensten waarop verlaagde btw-tarieven mogen worden toegepast”.
Op de meeste producten wordt het hoge tarief geheven (in Nederland 19% en in België 21%). Voor de meeste diensten geldt het hoge tarief. Voor levensmiddelen en boeken geldt een laag tarief van 6% btw. Dit leidt soms tot op het eerste gezicht merkwaardige situaties: konijnenvoer is onderhevig aan het lage tarief voor de voedselketen, terwijl caviavoer valt onder het hoge tarief (omdat cavia’s -in Nederland- niet gegeten worden). Over alle agrarische producten wordt een laag btw-tarief geheven. Dit geldt ook voor bloemen en sierplanten.
Categorie 7 van de genoemde bijlage luidt als volgt:
* Het verlenen van toegang tot shows, schouwburgen, circussen, kermissen, amusementsparken, concerten, musea, dierentuinen, bioscopen, tentoonstellingen en soortgelijke culturele evenementen en voorzieningen.
* Ontvangst van radio‑ en televisie-uitzendingen.
Vrijgestelde prestaties en nultarief
Voor sommige producten en diensten geldt een (soms gedeeltelijke) vrijstelling. Over het leveren van bepaalde goederen en diensten wordt geen omzetbelasting geheven, zoals in Nederland medicijnen op doktersrecept door een apotheek, het geven van onderwijs, het verlenen van medische hulp en de meeste diensten die een bank verleent. Deze leveranties en diensten zijn vrijgesteld.
Tot slot bestaat nog een nultarief. Het nultarief en de vrijstelling zijn niet hetzelfde. Bij prestaties die belastbaar zijn tegen het nultarief heeft de ondernemer recht op aftrek van de in rekening gebrachte voorbelasting. Een vrijgestelde ondernemer mag deze aftrek niet doen. In plaats van het nultarief is het beter te spreken over de vrijstelling met recht op vooraftrek.
Aftrek van voorbelasting
De belastingplichtige ondernemer kan de betaalde btw terugkrijgen van de fiscus. Meestal gebeurt dit door de ingehouden btw te verrekenen met btw die de ondernemer aan de fiscus moet afdragen. Als de terug te ontvangen btw groter uitvalt dan de af te dragen btw, keert de fiscus het verschil uit. Dit komt onder andere voor bij exporteurs, die binnen het land inkopen en daarbij btw betalen. Over de verkoop geldt bij export vaak een 0%-tarief (o.a. in Nederland en België) en dus krijgt de exporteur de betaalde btw terug van de fiscus.
Als een onderneming zowel belaste als vrijgestelde prestaties levert, wordt de voorbelasting naar rato van de omzet verrekend. Wanneer een ondernemer bijvoorbeeld per jaar € 100.000 ontvangt voor gegeven onderwijs (vrijgesteld) en € 200.000 voor bedrijfsadviezen (belast), kan hij de betaalde voorbelasting voor 2/3 deel verrekenen, omdat hij ook over 2/3 deel van zijn totale omzet btw heeft afgedragen.
Belastingplichtige
Definitie: Art. 4. §1 W.BTW: Belastingplichtige is eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit, geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in dit Wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.
De definitie omvat 4 essentiële elementen: 1. Eenieder:
* Natuurlijk persoon
* Rechtspersoon: private rechtspersonen, publieke rechtspersonen
* Verenigingen: o.a. feitelijke verenigingen, tijdelijke verenigingen.
2. Economische activiteit: Hierbij worden alle activiteiten van de producent, handelaar of dienstverrichter beoogd (behalve vrijgestelde handelingen van art.44 W.BTW).
3. Geregeld uitgeoefende werkzaamheid: Om belastingplichtige te zijn, moeten de in het wetboek vermelde handelingen door hem regelmatig worden verricht. Slechts door opeenvolging worden handelingen een werkzaamheid. Het geregeld voorkomen van de handelingen onder vorm van een werkzaamheid is niet duidelijk afgebakend. Het uitmaken of een een handeling een onderdeel is van een geregelde werkzaamheid of een toevallig karakter heeft, is een feitenkwestie.
4. Zelfstandig: De uitoefening van de werkzaamheid moet op zelfstandige basis gebeuren en niet in dienstverband. Er mag geen band van ondergeschiktheid zijn tegenover een ander persoon.
Aangifte doen
Een ondernemer moet meestal elk kwartaal zelf aangifte doen en het btw bedrag overdragen. Als daarbij een fout wordt gemaakt, kan een suppletieaangifte worden ingediend. Sommige ondernemers doen aangifte per maand of per jaar. Kleinere bedrijven laten soms hun administratie en dus ook hun btw-aangifte doen door een administratie- of accountantskantoor.
Btw-plichtigen en opbrengsten
In België zijn er bijna 700.000 btw-plichtigen. De tarieven zijn 6%, 12% en 21%. De opbrengst van de btw wordt geïnd door de Federale Overheidsdienst Financiën en vervolgens verdeeld over de Europese Unie, de federale staat, de gemeenschappen en de sociale zekerheid. Dit gebeurt volgens een vastgelegde verdeelsleutel, de zogenaamde affectatie.
Volgens het CBS voor 2007: “Sinds 1997 brengt de btw meer op dan de loonbelasting. Hiermee is de btw de belangrijkste belasting voor het rijk.” En: “De btw is in 2007 goed voor bijna 32 procent van de totale belastinginkomsten van het rijk. De opbrengst van deze indirecte belasting is daarmee groter dan de loonbelasting (29 procent), de vennootschapsbelasting (14 procent) en de accijnzen (8 procent). Tot 1997 vormde de loonbelasting de belangrijkste bron van belastinginkomsten van de overheid.”
April 29th, 2010 by admin in BTW, Uncategorized, eenmanszaak, ondernemen | Comments Off